[./index.html]
[./page_177.html]
[./page_5.html]
[./page_6.html]
[./page_2.html]
[./page_15.html]
[./page_18.html]
[./page_19.html]
[./page_20.html]
[./page_21.html]
[./page_22.html]
[Web Creator] [LMSOFT]
TECHNIEK
WALTER DOLPHYN  
  
  
In het atelier heb ik noorderlicht.
Dit heeft zijn belang: omdat de zon nooit in het noorden staat, is er in mijn atelier altijd zacht en diffuus licht.
Bovendien heeft het nog als voordeel dat de schaduwen niet veranderen.

Het gegrondeerde paneel wordt voorzien van een dun laagje rauwe omber om het wit van de grondverf of gesso te breken.
Dit heeft tot doel een betere inschatting te kunnen maken van toonwaarden en kleuren.

Hierop wordt met een nauwkeurige potloodtekening het onderwerp aangebracht, niet tot in de kleinste details, maar toch al met de schaduwpartijen, zodat men een idee krijgt van de compositie.

Nu komt de fase van de aanzet: er wordt een eerste laag olieverf aangebracht, verdund met terpentijn.
Hierbij worden de onderwerpen in kleur en met hun schaduwpartijen aangegeven. 
Er wordt in dit stadium geen aandacht geschonken aan details.

Het 'opschilderen': nu wordt elk object stuk voor stuk afgewerkt. 
Dit gebeurt van achter (achtergrond) naar voor (objecten op de voorgrond). 
Er wordt standolie aangebracht op het te schilderen object om de verf beter in elkaar te laten vloeien.
Na het uitharden geeft dit een mooie glans. 
Hierin wordt nat in nat geschilderd met een medium (terpentijn, standolie en hars).

In dit stadium worden de objecten echt tot in de details uitgewerkt, maar de fijnste en kleinste details breng ik pas aan na een korte droogperiode, omdat de vettige textuur van de standolie dit soms verhindert. 

Na een  droogperiode van ongeveer een week, wordt het schilderij vernist met retoucheervernis. 
Pas na deze stap komen de kleuren terug tot hun volle glorie.

  
Klik op het schilderij voor een grotere afbeelding